Verhalen bij afscheid - De Rozentuin

In deze rubriek maak je kennis met mijn manier van schrijven. Ik schrijf levensverhalen van betekenis.


Inleiding

De Rozentuin is een voorbeeld van een helend verhaal. Het verhaal is geschreven voor haar nabestaanden. Het verhaal helpt de nare herinneringen die er zijn aan het leven van Alida*) te helen. 

De Rozentuin

Ontzield ligt het lichaam van Alida naast mij, rustend in een wilgentenenmand. In de rand van de mand treft mij de donkerrode bies. De bies heeft de kleur van de allermooiste, fluweelzachte rozen die je maar kunt kopen. Rozen, waarvan haar gezin zei: die passen bij haar vanwege de pittige kleur en de stevige steel.


Fluweelrode rozen hebben doorgaans flinke doornen. Ook in het geval van Alida is er sprake doornen. Niet iedereen heeft de doornen zo duidelijk gevoeld. Voor wie er wel pijnlijk door is geraakt, is het belangrijk om ze te  benoemen. Het zijn de doornen en de pijn als keerzijde van de liefde, wanneer deze niet mocht of kon worden gevoeld en gezien.


Het zien van de mand, met daarin Alida vredig liggend, bracht me in gedachten terug naar een mooie voorjaarsdag in de Tovertuin van Odelief...


o-o-o


Hoog aan de hemel zendt de zon haar stralen naar de aarde.

In de Tovertuin van Odelief bloeien de rozen volop,

hun fluwelen pracht straalt de bezoekers tegemoet.


De roos.... zij staat symbool voor Moeder Maria.

Zij is als fluweel, een kostbare stof

die gebruikt wordt voor de mooiste mantels,

maar donkerrood is óók de kleur van

geronnen bloed en pijn...


Wandelend door de Tovertuin hoor ik plots een zachtjes fluisteren:

“Zoek de draagster van het kleed, Es.”


In mij rijpt het antwoord: “Hard ontmoet zacht”.


Vandaag gebeurt het en daarover mag ik vertellen.


“Geen licht zonder donker.

Geen donker zonder licht,

dat een uitweg zoekt.”


o-o-o


Het is eind augustus als ik de rozentuin ’s morgens in alle vroegte opnieuw bezoek.

Stil treft mij het beeld van de verwelkte rozenknoppen en de vele bloemblaadjes op de grond.

Aan spinnendraden hangen glinsterende dauwdruppels zilverkleurig in de vroege ochtendzon.

Ze knappen stuk als ik tussen de rozen doorloop.


Scherpe doornen prikken en ik voel hoe de dauwdruppels - als tranen zo zacht - angs mijn beschadigde, blote benen naar beneden biggelen. Als kleine spetters vallen ze in de aarde.

Ik kijk om en zie in het natte gras mijn spoor. Het beeld roept de gedachte op aan hoe de aarde de belofte in zich draagt voor nieuwe, fluweelrode rozen in de volgende zomer, die zeker komt.

De verbroken spinnendraden hangen doelloos omlaag en vragen om een hernieuwde verbinding met alles wat verloren lijkt aan de overkant van het pad. Maar welke draad hoort ook alweer aan welke?

Het zijn er zóveel! Ik schiet in de lach. Dit te willen is ondoenlijk en eigenlijk wil ik het ook niet.

Het troost mij dat ik nieuwe verbindingen mag maken. Op mijn eigen uur en tijd, op een plek en een manier die past bij mij. Immers:


“Tot hier ben ik gekomen en vanaf hier wil ik graag verder gaan.”


Ik droog de tranen die ik bij elke stap zo intens kon voelen en voel me bevrijd!

Snel loop ik naar de waterkant. Ik wil wilgentenen snijden. Ik wil een mandje vlechten voor de herinneringen die ik voor altijd wil bewaren.

Alle dingen die niet van mij zijn of mij bezwaren geef ik in gedachten aan het water mee. Met liefde.


Als het mandje klaar is, is het al nacht.


Zie, de volle maan beschijnt de rozentuin en het water.

Haar zachte zilveren glans past bij mij en mijn gedachten.

Hoopvol wacht ik op een nieuwe dag vol gouden zonneschijn.


o-o-o


© Esther Oldenziel

Ode aan je Leven


NB. Je mag het verhaal gebruiken, mits je mijn naam als schrijver vermeldt. Voor overname en publicatie heb je mijn toestemming nodig.


*) De werkelijke naam van mevrouw is uit privacy overwegingen geanonimiseerd.

Andere verhalen bij afscheid